Van wie ze waren, zullen we nooit meer te weten komen. Wat we wèl weten, is dat het klompje zilveren munten bijna 400 jaar later werd gevonden door Han van Leeuwen (bestuur Cultuur Historisch Museum (CHV) wg. Archeologie).
(bijna) Iedere zondagmorgen gaat Han vroeg met z’n metaaldetector en schep op pad naar plekken in de regio, waarvan hij weet dat er ooit huizen hebben gestaan of huisvuil werd gestort. “En zeker, als er een graafmachine in de buurt staat. Voor mij en m’n kameraad Ron Otto is het vooral de kick om iets - behalve munten, ook pijpenkoppen, lakenloodjes, scherven en nog veel meer te vinden, dan later uit te (laten) zoeken wat het precies geweest is en te rangschikken in de plaatselijke geschiedenis."
"Hier aan de Hoge Dijk - achter mijn huis - stonden lang geleden huizen met een stoep aan de Ringsloot. Op de stoep werden potten en pannen schoongeboend met zand en soda, dus viel er ook weleens wat in de sloot, waarvan ik inmiddels al heel wat aardewerkscherven heb teruggevonden."
"En zijn er langs het water (Aarkanaal, de Drecht en Langeraarse Plassen) heel wat plekken, waar vroeger huisvuil werd gestort. De gewonnen turf (veen) werd verkocht en over de Drecht, de Aar en Amstel afgevoerd naar steden zoals Leiden, Haarlem en Amsterdam. De turfschippers brachten huisvuil mee terug, dus moesten die boten, na de terugreis, eerst worden leeggeschept om daarna weer opnieuw vol turf geladen te kunnen worden."
"De munten (met opschriften ’Zutphen 1605’, ’Kampen 1621’, Kleef 1556 + 1600’ en Groningen 1598’) waren aan elkaar geoxideerd, dus die hebben - denk ik - bij elkaar in een leren buideltje gezeten, waarvan echter niets meer is overgebleven. Ik heb ze laten determineren door deskundige Pieter de Breuk en hij heeft vastgesteld dat het zilveren stuivers zijn, die destijds een waarde van 8 (koperen) duiten hadden. Het gewone volk werd in die tijd uitbetaald in stuivers, dus het kan goed zijn, dat de verliezer toen zijn zuurverdiende dag- of weekloon daar (hoek Drecht/Amstel t.o. Tolhuis) heeft verloren. Of was het z’n gespaarde geld om op zondag nog even naar een café te kunnen? Hoe dan ook, het zal voor diegene ’n heel vervelende dag geweest zijn!”
Han; “Precies op die plek in de Geerpolder werd in 2022 een basin gegraven om voorlopig slib uit de Langeraarse poel te bewaren. “Was voor ons een mooie kans om daar even te gaan zoeken!”
Van Leeuwen heeft in zijn eigen woonkamer een vitrinekast, waarin een deel van zijn vondsten staat uitgestald. “Maar deze geef ik aan het museum, want ik vind het belangrijk, dat zulke bijzondere dingen voor iedereen die geïnteresseerd is, te zien zijn.”
In de vitrinekast van Werkgroep Archeologie liggen ook andere vondsten uit de Geerpolder, waaronder ook ’n Rijders- en Scheepjes-schelling (munten).
Het museum is gevestigd aan Westkanaalweg 118, Ter Aar en voor bezoekers geopend op woens-, zater- en zondag van 14:00 tot 16:00 uur.
Loek Sassen