Kwam er zomaar een duif uit de lucht gevallen… Het diertje kon niet meer vliegen. Ik dacht: die heeft vast zijn vleugel gebroken. De linker. Dierenambulance gebeld.
Ze reden net Nieuwkoop uit. ‘’Nou dat is mooi dan, dat jullie zo dichtbij zijn. keer dan maar gauw om naar dit duifje toe’’, zei ik. ‘’Tot zo!’’ riep een mevrouw door de telefoon.
Ik vond het een grappige gewaarwording, hoe zielig ook natuurlijk, voor die arme duif. Maar het gebeurde zo vlak voor mijn neus. Een geluk bij een ongeluk voor hem. Het voelde ook goed hem direct te kunnen helpen.
Tijdens het wachten bel ik bij de buurvrouw aan. ‘’Bent u van de dierenambulance? Of wil jij een duiffie misschien?’’ Ze aait de duif zachtjes over zijn borst. ‘’Oh, daar komen ze al aangereden. Dag!’’ zegt ze terwijl ze de deur weer dicht doet. Met twee vrouw sterk, parkeren ze de wagen en maken spoed om de duif op te vangen. Grappig wel, alsof er mond op snavel beademing nodig is.
Er is ‘weinig aan de vleugel’ wat dat betreft. Het duifje heb ik gefixeerd tegen mijn borst aangedrukt en hij trilt ook niet meer zo erg als net. Voorzichtig overhandig ik hem aan de eerste de beste ambulancebroederin. Zorgzaam stopt ze hem in een afgesloten, donkere, grijze plastic box. ‘’Zo die moet effe bijkomen.’’
‘’Is hier ergens nog een cafetaria open?’’, vraagt de andere mevrouw. ‘’We hebben zo een honger maar kregen een melding waardoor we onze bestelling achter moesten laten. Maar nu is zo’n beetje alles al dicht.’’ Wat een gepassioneerde dames, denk ik dan. ‘’Ja zeker! De Platvis is een cafetaria in Nieuwkoop. Ik zal eens even Googelen of die nu nog open is.
Je kunt ook naar de Jumbo trouwens, die is sowieso open tot 21:00 uur, die hebben lekkere kant en klaar maaltijdsalades.’’
Ze hebben meer voorkeur voor patat, dat mag. En terwijl ik rond surf op het internet, valt er een paar meter van ons vandaan, nog een duif op de grond. Ik geloof mijn ogen niet en moet weer lachen. Hè?! Wat gebeurt hier?! Denk ik dan.
Het blijkt een torenvalk met een duif in z’n klauwen. De veren vliegen in de rondte tijdens een gevecht voor het leven, die de duif voert. Het is niet zo een fraai gezicht en de natuurlijke selectie, de 5-sterren maaltijd van de torenvalk, wordt zo door zijn snavel geboord, als een van de zorgzame dames dit in de smiezen krijgt.
‘’Hé! Nee, nee, nee, dat gaan we niet doen! Ksssssst!’’, roept ze terwijl ze naar de vogels beent. De torenvalk laat zijn prooi los en vliegt weg. ‘’Nou, die duif kunnen jullie ook direct wel meenemen’’, zeg ik tegen de dames. ‘’Wat een geluk dat jullie er al zijn, zo dichtbij.’’
Maar de duif heeft nog veel meer geluk, als blijkt dat die laag over de grond opstijgt om zijn weg te vervolgen. En dat, zonder zichtbare kleerscheuren in zijn verenpak. Enkele seconde daarna komt er een zwarte kat de bosjes uit gerend, zo de duif achterna. Hoe dat is afgelopen, dat weet ik niet.
Maar de eerste duif, heeft hoe dan ook een partij geluk gehad. Een geluksvogel met allemaal reddende vrouwen om zich heen. Ik noem hem: Guus!